Lezingen:
Exodus 6:2–9:35; Ezechiël 28:25–29:21; Openbaring 15:1–16:20

“Ik ben aan Abraham, Izak en Jakob verschenen als God de Almachtige, maar met Mijn Naam HEERE ben Ik hun niet bekend geweest.”
(Exodus 6:2–3)

Gods trouw te midden van lijden

In deze parasha openbaart God Zich opnieuw aan Mozes en bevestigt Hij Zijn verbond met Israël. Hij herinnert eraan dat Hij de God is die aan Abraham, Izak en Jakob verscheen en Die trouw blijft aan Zijn beloften, ook wanneer omstandigheden het tegendeel lijken te tonen. Israël verkeert in diepe nood. Hun lijden onder de farao is zwaar, en na Mozes’ eerste optreden lijkt hun situatie alleen maar verslechterd. Ontmoedigd en uitgeput kunnen zij nauwelijks luisteren naar woorden van hoop.

Toch spreekt God woorden van zekerheid. Hij belooft dat Hij Zijn volk krachtig zal verlossen en daadwerkelijk uit Egypte zal leiden. Deze belofte wordt samengevat in vijf goddelijke daden: Hij zal Israël uitleiden, bevrijden, verlossen, tot Zijn volk aannemen en hen brengen in het beloofde land (Exodus 6:6–8). De eerste vier worden in de Joodse traditie herdacht als de Vier Uitdrukkingen van Verlossing, verbonden met de vier bekers wijn tijdens de Pesach-seder. De vijfde belofte — het binnenbrengen in het land — wordt verbonden met de beker van Elia, als teken van de uiteindelijke en volledige verlossing.

Deze woorden onderstrepen een fundamentele waarheid: wanneer God spreekt, zal Zijn Woord werkelijkheid worden (Jesaja 55:11). Toch laat de parasha ook zien hoe moeilijk het kan zijn om dit te geloven wanneer het leven wordt overheerst door pijn, teleurstelling en uitputting. Israël kon Mozes’ boodschap niet aannemen vanwege hun moedeloosheid en zware slavenarbeid (Exodus 6:9).

Geduld, volharding en geloof

Deze werkelijkheid nodigt uit tot barmhartigheid en geduld. Er zijn mensen die het goede nieuws niet direct kunnen horen, omdat hun leven wordt overschaduwd door lijden. Soms moet Gods kracht eerst zichtbaar worden in daden, voordat woorden kunnen landen. Zoals de apostel Paulus schrijft: “Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien” (1 Korintiërs 3:6).

Mozes en zijn broer Aäron keren keer op keer terug naar de farao met Gods oproep tot bevrijding. Hun volharding weerspiegelt een diep vertrouwen in Gods opdracht. De uittocht uit Egypte wordt zo een beeld van elke vorm van verlossing: een overgang van slavernij naar vrijheid, van duisternis naar licht (Kolossenzen 1:13–14).

Tekenen, de plagen en het verharde hart

God bevestigt Zijn gezag door tekenen (mofetim). De staf van Aäron verandert in een tannin, een machtig reptiel, als zichtbaar teken van Gods overwicht. Toch blijft het hart van de farao verhard. Dat leidt tot de tien plagen, waarin Gods oordeel over Egypte zichtbaar wordt.

De eerste plagen — water dat in bloed verandert, kikkers en luizen — kunnen deels worden nagebootst door Egyptische magiërs. Maar bij de derde plaag erkennen zij: “Dit is de vinger van God” (Exodus 8:19). Toch weigert de farao te luisteren. Zijn verharde hart toont hoe hoogmoed het vermogen tot luisteren en bekering kan blokkeren (Spreuken 16:18).

Daartegenover staat Mozes, bekend om zijn nederigheid. Wanneer zijn schoonvader Jethro hem corrigeert, luistert hij en past hij zijn handelen aan (Exodus 18:24). Deze tegenstelling tussen trots en nederigheid vormt een spiegel voor iedere lezer.

De daaropvolgende plagen — steekvliegen, veepest en zweren — laten steeds duidelijker zien dat God onderscheid maakt tussen Egypte en Israël. Zelfs de tovenaars worden getroffen en kunnen niet meer standhouden. De zevende plaag, een verwoestende hagelstorm, treft alles in Egypte, behalve het land Gosen waar Israël woont (Exodus 9:26). Gods verbond blijkt betrouwbaar en beschermend.

 

Egypte als voorafschaduwing van de eindtijd

De Schrift laat zien dat de gebeurtenissen in Egypte meer zijn dan geschiedenis alleen. In Openbaring beschrijft de apostel Johannes hoe soortgelijke oordelen in de eindtijd opnieuw over de aarde zullen komen (Openbaring 15–16). Zweren, water dat in bloed verandert, duisternis, hitte en hagel keren terug als tekenen van Gods rechtvaardig oordeel.

Toch blijft Gods trouw overeind. Hij is soeverein over de schepping en belooft tegelijk herstel, vernieuwing en zegen. De profeten spreken over regen, vruchtbaarheid en leven, zelfs na oordeel. Te midden van deze spanningsvolle tijd worden gelovigen opgeroepen om waakzaam te leven, volhardend te bidden en het goede nieuws te blijven delen.

 

Reflectie

Wanneer wij kijken naar Israëls geschiedenis in Egypte, herkennen wij Gods trouw te midden van lijden. Net zoals Hij Zijn volk leidde door Mozes, mogen wij vertrouwen dat Hij ook vandaag aanwezig is. Wij herkennen ons in de ontmoediging van Israël, maar worden tegelijk uitgenodigd om vast te houden aan Gods beloften, die onveranderlijk zijn.

De houding van de farao en die van Mozes stellen ons indringende vragen: hoe gaan wij om met correctie? Verharden wij ons hart, of zijn wij bereid nederig te luisteren en ons te laten vormen? De plagen herinneren ons eraan dat Gods oordeel rechtvaardig is, maar ook dat Zijn verlangen gericht is op verlossing en herstel.

In het licht van zowel Exodus als Openbaring worden wij geroepen om te leven in geloof, hoop en liefde. Terwijl wij rusten in Gods genade, blijven wij bidden voor anderen, ons inzetten voor gerechtigheid en getuigen van het Licht van de Messias Yeshua. Gods trouw blijft — gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.