We lezen: 
Genesis 44:18–47:27; Ezechiël 37:15–28; Efeze 2:1–22

“Toen trad Juda op hem toe en zei: Och, mijn heer, laat uw dienaar toch een woord ten aanhoren van mijn heer mogen spreken, en ontsteek niet in woede tegen uw dienaar, want u bent als de farao.” (Genesis 44:18 HSV)

 

Juda treedt naar voren – bekering die zichtbaar wordt

Parasha Vayigash opent met een beslissend moment: Juda treedt naar voren om te pleiten voor zijn jongere broer Benjamin. Jozef, inmiddels onderkoning van Egypte, heeft Benjamin door een list in gevaar gebracht om te zien of zijn broers werkelijk veranderd zijn. Juda’s woorden onthullen een diep innerlijk keerpunt. Hij is bereid zichzelf als slaaf aan te bieden om Benjamin vrij te laten, uit liefde voor zijn vader Jakob en uit verantwoordelijkheid voor zijn broer.

Deze daad toont dat Juda geleerd heeft van het verleden. Waar de broers ooit Jozef verkochten, kiest Juda nu voor zelfopoffering. Zijn belijdenis, berouw en bereidheid om de consequenties te dragen, vormen een voorbeeld van ware tesjoeva – bekering die zichtbaar wordt in daden.

 

“Ik ben Jozef” – vergeving binnen Gods grotere plan

Dit breekt Jozefs weerstand. Hij kan zijn emoties niet langer bedwingen en openbaart zich aan zijn broers: “Ik ben Jozef.” In plaats van wraak spreekt hij troost. Hij ziet hun kwaad in het licht van Gods grotere plan: God heeft hem vooruit gezonden om levens te redden. Zo wordt zichtbaar dat Gods verlossingsplan niet kan worden tegengehouden door menselijke zonde, afgunst of geweld.

Door Jozef in een machtspositie te brengen, redde God niet alleen Egypte van hongersnood, maar ook Jakobs familie. Daarmee bleef Gods belofte aan Abraham in stand: dat door zijn nageslacht alle volken gezegend zouden worden. Deze belofte loopt via Isaak en Jakob, en uiteindelijk via Juda, uit wiens lijn de Messias zal voortkomen. De scepter zal niet van Juda wijken.

Dat juist Juda deze rol krijgt, lijkt samen te hangen met zijn mededogen. Hij behoedde Jozef voor de dood toen zijn broers hem wilden ombrengen, en laat nu opnieuw datzelfde zelfopofferende hart zien in zijn zorg voor Benjamin. Dit wijst vooruit naar Yeshua (Jezus), die Zijn leven gaf voor anderen.

 

Leven uit dood – Jakob, brood en vertrouwen

De parasha beschrijft ook de ontroerende hereniging van Jakob en Jozef. Jakob, die dacht dat zijn zoon dood was, hoort dat hij leeft en heerser is in Egypte. Deze schok en vreugde doen denken aan de leerlingen van Jezus, die moeite hadden te geloven dat Hij was opgestaan. Jozef nodigt zijn familie uit om naar Egypte te komen, waar hij voor hen zal zorgen tijdens de hongersnood.

Het verlaten van het Beloofde Land is geen lichte beslissing. God verzekert Jakob echter dat Hij met hem zal meegaan en hem ook weer zal terugbrengen. Dit leert dat gehoorzaamheid aan God soms betekent dat we oude zekerheden loslaten en luisteren naar Zijn stem in het heden.

Jozef voorziet zijn familie overvloedig van voedsel. Dit roept opnieuw een messiaanse parallel op: zoals Jozef brood gaf voor het tijdelijke leven, zo geeft Yeshua het levende brood dat eeuwig leven schenkt.

 

Van verdeeldheid naar verzoening – één volk, één mens

Het thema van verzoening wordt verdiept in de Haftarah. De profeet Ezechiël spreekt over de hereniging van Juda en Jozef (Efraïm), de zuidelijke en noordelijke stammen van Israël, die na de tijd van Salomo gescheiden raakten. Hoewel Juda terugkeerde uit ballingschap en bleef bestaan, raakten de tien stammen verspreid onder de volken. Toch belooft God een toekomstige eenheid: twee houten zullen weer één worden in Zijn hand.

Ten slotte wijst het Nieuwe Testament op een nog bredere verzoening. Door het kruis van Christus is ook de scheiding tussen Jood en heiden afgebroken.

Vayigash laat zo zien dat God werkt door bekering, geloof, vergeving en zelfopofferende liefde. Het verhaal van Jozef wijst vooruit naar een dag van volledige verzoening, wanneer Gods beloften hun volle vervulling zullen vinden – tot zegen van Israël en van alle volken.

Er staat ons een nog grotere verzoening te wachten. Zoals Jozef zei: “Ani Yoseph – ik ben Jozef, uw broer”, zo zal Yeshua op een dag zeggen: “Ani Yeshua – Ik ben uw Verlosser, uw Broer en uw Messias.” Halleluja!

Wanneer het Joodse volk Yeshua als de Messias zal erkennen, zal dat uitmonden in een wereldwijde verzoening die leven voortbrengt.

“Want als hun verwerping de verzoening van de wereld is, wat zal hun aanvaarding dan anders zijn dan leven uit de doden?” (Romeinen 11:15)

 

Reflectie

Wanneer wij Parasha Vayigash lezen, herkennen wij onszelf in het moment waarop Juda naar voren treedt, omdat ook wij soms worden geroepen om verantwoordelijkheid te nemen waar wij ons liever zouden terugtrekken. Wij zien hoe ware verandering niet ontstaat door mooie woorden, maar doordat iemand bereid is zichzelf te geven, en daarin houdt het verhaal uit Genesis ons een confronterende spiegel voor.

Zoals Juda leren wij dat echte tesjoeva zichtbaar wordt wanneer wij niet langer anderen laten betalen voor onze fouten, maar zelf de last willen dragen. Tegelijk ontdekken wij in Jozefs woorden “Ik ben Jozef” hoe bevrijdend vergeving kan zijn, omdat zij het verleden niet ontkent, maar het plaatst in het licht van Gods grotere bedoeling. Wij merken hoe vaak wij geneigd zijn vast te blijven zitten in schuld, schaamte of wantrouwen, terwijl God ons uitnodigt om geschiedenis te leren lezen als een weg waarin Hij leven wekt uit dood.

De hereniging van Jakob en Jozef raakt ons, omdat ook wij momenten kennen waarop hoop bijna is gestorven en toch onverwacht wordt vernieuwd. Wanneer Jakob zijn vertrouwde land moet loslaten, herkennen wij hoe gehoorzaamheid soms vraagt dat wij zekerheden prijsgeven en ons toevertrouwen aan Gods stem in het heden.

De profetie uit Ezechiël verdiept dit besef, doordat zij ons laat zien dat God niet berust in verdeeldheid, maar werkt aan herstel en eenheid, zelfs wanneer die voor ons onmogelijk lijkt.
In het licht van Efeze worden wij eraan herinnerd dat verzoening verder reikt dan onze eigen kring en muren afbreekt die wij vaak vanzelfsprekend zijn gaan vinden.

Zo leren wij dat Gods weg loopt via zelfopofferende liefde, geduld en vergeving, en dat ware eenheid nooit wordt afgedwongen, maar geboren wordt uit overgave. Misschien worden ook wij vandaag geroepen om, net als Juda, een stap naar voren te zetten, in vertrouwen dat God juist door onze kwetsbare gehoorzaamheid leven en verzoening tot stand brengt.