Lezingen: Deuteronomium 21:10 - 25:19; Jesaja 54:1 - 10; 1 Korintiërs 5:1-5

“Wanneer u ten strijde trekt tegen uw vijanden, en de HEERE, uw God, geeft hen in uw hand, zodat u hen als gevangenen wegvoert.”
Deuteronomium 21:10

 

God in het gewone leven

Parasha Ki Tetze brengt ons midden in het dagelijkse leven. De Tora spreekt over huwelijk en gezin, arbeid en bezit, recht en gerechtigheid, maar ook over de omgang met kwetsbare mensen en met de schepping. Op het eerste gezicht lijken het soms losse voorschriften, maar daaronder ligt een duidelijke boodschap: God wil Zijn volk leren leven met eerbied voor Hem en met zorg voor elkaar.

Geloof is daarom niet iets wat alleen zichtbaar wordt tijdens een eredienst of op een heilig moment. Het krijgt juist gestalte in de gewone dingen van iedere dag. Hoe gaan wij om met elkaar? Hoe behandelen wij iemand die afhankelijk van ons is? Zijn wij eerlijk wanneer ons eigen belang in het gedrang komt?

Ki Tetze herinnert ons eraan dat God ook daar aanwezig is. Zijn Woord wil niet alleen onze overtuigingen vormen, maar ook onze houding, onze keuzes en onze relaties.

 

De boom en het kruis

Een bijzonder gedeelte vinden we in Deuteronomium 21. Wanneer iemand na een zwaar misdrijf aan een boom of houten paal wordt gehangen, mag het lichaam niet gedurende de nacht blijven hangen. Het moet nog dezelfde dag worden begraven.

Het Hebreeuwse woord etz kan zowel ‘boom’ als ‘hout’ betekenen. Deze bepaling werpt een bijzonder licht op de dood en begrafenis van Yeshua/Jezus. Nadat Hij aan het kruis was gestorven, vroeg Jozef van Arimathea om Zijn lichaam nog vóór het vallen van de nacht te mogen begraven.

Maar daarmee komt ook een veel diepere vraag naar voren: waarom hing Jezus daar? Hij had Zelf geen zonde gedaan. Toch droeg Hij aan het kruis wat ons toekwam.

Paulus schrijft:

“Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die aan een hout hangt.”
Galaten 3:13

Hier raakt Ki Tetze het hart van het Evangelie. Yeshua/Jezus droeg de vloek niet vanwege Zijn eigen schuld, maar vanwege onze schuld. Hij ging vrijwillig de weg van het kruis om ons met God te verzoenen.

Jesaja had dit eeuwen daarvoor al verwoord:

“Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem.”
Jesaja 53:5

Wat eruitzag als een plaats van vloek, werd door God een plaats van genade. Waar schuld en oordeel zichtbaar werden, opende God de weg naar vergeving, herstel en nieuw leven.

 

Gods heiligheid is vol zorg

Ki Tetze laat zien dat God zonde serieus neemt. Zijn geboden maken duidelijk dat heiligheid geen vrijblijvende zaak is. Maar tegelijk ontdekken we dat Gods heiligheid nooit hard of kil is.

De Tora vraagt zorg voor de kwetsbare mens. Een arbeider moet op tijd worden betaald. Iemand die onderdrukt is, mag niet opnieuw in gevangenschap worden gebracht. Ook dieren vallen onder Gods zorg. Zelfs in kleine voorschriften wordt zichtbaar dat God oog heeft voor het leven.

Dat is een mooie gedachte om mee te nemen. God ziet wat voor mensen soms onbelangrijk lijkt. Hij ziet de mens die niemand opmerkt. Hij ziet degene die moe is, afhankelijk is of bescherming nodig heeft.

Jezus gebruikt later juist de vogels als voorbeeld:

“Kijk naar de vogels in de lucht: zij zaaien niet en maaien niet en verzamelen niet in schuren; uw hemelse Vader voedt ze evenwel. Gaat u ze niet ver te boven?”
Mattheüs 6:26

Als God zelfs voor de vogels zorgt, mogen ook wij erop vertrouwen dat Hij ons ziet en draagt.

 

Rechtvaardigheid begint dichtbij

Een belangrijk gedeelte van Ki Tetze gaat over huwelijk en gezin. Ook daar vraagt God om eerlijkheid en bescherming tegen willekeur. Persoonlijke voorkeur mag nooit zwaarder wegen dan recht en gerechtigheid.

Dat is een belangrijke les voor ons eigen leven. Juist in onze meest nabije relaties kunnen emoties soms sterk spreken. We kunnen geneigd zijn de een meer ruimte te geven dan de ander, of vanuit teleurstelling en voorkeur te handelen.

God nodigt ons uit tot iets anders: eerlijkheid, trouw en liefde.

Ook in ons werk en in onze omgang met bezit vraagt Hij om rechtvaardigheid. Wie voor ons werkt, mag niet worden uitgebuit. Wie kwetsbaar is, mag niet aan zijn lot worden overgelaten.

Zo wordt duidelijk dat gerechtigheid geen abstract begrip is. Het begint heel dichtbij: in ons gezin, op ons werk, in onze gemeente en in de manier waarop wij omgaan met de mensen die God op onze weg brengt.

 

Leven vanuit genade

Wanneer wij deze voorschriften lezen, kunnen we gemakkelijk ontdekken hoeveel wij zelf tekortschieten. Juist daarin ligt een belangrijke geestelijke les. De Tora laat ons niet alleen zien hoe God wil dat wij leven, maar ook hoezeer wij Gods genade nodig hebben.

Paulus schrijft dat niemand door eigen werken voor God gerechtvaardigd wordt. De wet maakt ons bewust van zonde, maar onze redding komt uit Gods genade, door het geloof in Yeshua/Jezus.

“Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.”
Romeinen 3:23–24

Dat betekent niet dat Gods geboden hun waarde verliezen. Integendeel. Zij laten ons iets zien van Gods karakter en helpen ons begrijpen wat heilig, goed en rechtvaardig is. Maar wij hoeven onze rechtvaardigheid niet zelf te verdienen.

Aan het kruis heeft Yeshua/Jezus de weg geopend naar herstel. Hij droeg de vloek, zodat wij uit genade mogen leven.

Daarom mogen wij ook anders naar onszelf kijken. Wanneer wij falen, hoeven wij niet weg te vluchten bij God. We mogen terugkeren. Wanneer wij ontdekken dat ons hart verkeerd gericht is, mogen wij ons opnieuw laten vormen door Zijn Woord en Zijn Geest.

 

Reflectie

Parasha Ki Tetze nodigt ons uit om ons geloof opnieuw te verbinden met het gewone leven.

Hoe ga ik om met de mensen die God aan mij toevertrouwt?
Ben ik eerlijk wanneer mijn eigen belang in het gedrang komt?
Zie ik de mens die kwetsbaar is of gemakkelijk over het hoofd wordt gezien?
En durf ik mijn eigen hart door Gods Woord te laten onderzoeken?

Misschien mogen we deze parasha niet alleen lezen als een verzameling oude voorschriften, maar als een uitnodiging om Gods hart te leren kennen.

Hij is heilig, maar ook barmhartig. Hij vraagt gerechtigheid, maar schenkt genade. Hij ziet onze tekortkomingen, maar laat ons niet aan onszelf over.

Daarom mogen wij onze blik uiteindelijk richten op Yeshua/Jezus. Aan de boom droeg Hij onze schuld en onze vloek. Hij nam op Zich wat wij niet konden dragen, zodat wij mogen leven in verzoening met God.

Dat maakt ons niet vrijblijvend, maar juist dankbaar. Wie zelf genade heeft ontvangen, mag leren genade uit te delen. Wie door God is gezien, mag leren de ander te zien. Wie vergeving heeft ontvangen, mag leren vergeven.

Zo wordt Gods Woord zichtbaar in het gewone leven: in liefde, in rechtvaardigheid, in zorg voor elkaar en in een hart dat steeds meer wordt gevormd naar het hart van God.