Lezingen: Deuteronomium 3:23–7:11; Jesaja 40:1–26; Johannes 10:1–42

“Ook smeekte ik de HEERE in die tijd om genade en zei: Heere, HEERE! Ú bent begonnen aan Uw dienaar Uw grootheid en Uw sterke hand te tonen. Want welke god is er in de hemel en op de aarde die zulke werken en machtige daden kan doen als U?” (Deut. 3:2324).

 

GOD NEEMT GEEN GENOEGEN MET DE TWEEDE PLAATS!

Wij leven in een tijd waarin bijna alles onderhandelbaar is geworden. Waarheid is persoonlijk, liefde is een gevoel en geloof is voor velen gereduceerd tot een uurtje op shabbat. God mag meedoen, zolang Hij in ons leven maar niet te veel in de weg loopt.

Maar wat als God daar heel anders over denkt?

Parasha Va'etchanan laat ons kennismaken met een God Die weigert genoegen te nemen met de tweede plaats. Hij verlangt geen stukje van ons hart, maar ons hele hart. Hij vraagt niet alleen of wij in Hem geloven, maar of wij werkelijk naar Hem luisteren. Niet voor niets klinkt in deze Parasha de indringende oproep:

"Hoor, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één. Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht" (Deut. 6:4-5).

Misschien is de meest confronterende vraag van deze Parasha daarom wel: van wie is jouw hart eigenlijk?

 

GOD ZEI 'NEE' TEGEN MOZES

Wij denken vaak dat een leven dicht bij God automatisch betekent dat onze gebeden worden verhoord. Het verhaal van Mozes bewijst het tegendeel.

Zijn leven lang diende hij God. Hij leidde Israël uit Egypte, sprak met God van aangezicht tot aangezicht en droeg de zwaarste verantwoordelijkheid die een mens zich kan voorstellen. Als iemand recht had om het beloofde land binnen te gaan, dan was hij het wel.

Toch zei God één woord dat zijn leven voorgoed bepaalde: "Nee."

Mozes bad:

"Laat mij toch oversteken en dat goede land zien..." (Deut. 3:25).

Maar Gods antwoord was onverbiddelijk:

"Laat het u genoeg zijn; spreek niet meer tot Mij over deze zaak" (Deut. 3:26).

Dat is confronterend. Want wij hebben vaak een ander godsbeeld. Wij denken soms dat oprecht bidden, veel geloof of een leven van gehoorzaamheid ons recht geeft op Gods "ja". Va'etchanan leert ons echter een diepe geestelijke waarheid: Gods liefde blijkt niet alleen uit Zijn "ja", maar soms juist uit Zijn "nee".

Misschien is één van de moeilijkste lessen van het geloof wel deze: God is God en wij zijn het niet.

 

STOP MET PRATEN. BEGIN MET LUISTEREN!

"Hoor, Israël!"

Deze woorden klinken al duizenden jaren door de geschiedenis heen. Toch zijn zij vandaag misschien wel actueler dan ooit.

Nog nooit heeft de mens zoveel stemmen gehoord als in onze tijd. Sociale media vertellen ons hoe we moeten leven. Nieuwsmedia bepalen waarover wij ons druk maken. Allerlei influencers proberen onze aandacht te trekken. Zelfs binnen christelijk Nederland buitelen de meningen over elkaar heen.

Maar hoeveel tijd nemen wij eigenlijk nog om werkelijk naar God te luisteren?

Mozes zegt niet alleen dat wij moeten luisteren. Hij zegt ook dat wij Gods woorden voortdurend voor ogen moeten houden:

"Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken..." (Deut. 6:6-7).

De grootste geestelijke crisis van onze tijd is misschien niet dat God zwijgt, maar dat wij te druk zijn geworden om Hem nog te horen.

 

GOD IS JALOERS OP JOU

Veel mensen voelen zich ongemakkelijk bij die uitspraak. Jaloezie is toch een slechte eigenschap?

Niet wanneer het om Gods liefde gaat.

Mozes waarschuwt het volk:

"Want de HEERE, uw God, is een verterend vuur, een na-ijverig (jaloers) God" (Deut. 4:24).

En even later:

"Want de HEERE, uw God, Die in uw midden is, is een na-ijverig God" (Deut. 6:15).

God weigert Zijn liefde en eer te delen met andere liefdes.

En vergis je niet: afgoden bestaan nog steeds.

Ze heten tegenwoordig carrière, geld, vakantie, comfort, bezit, gezondheid, individualisme, sociale media of zelfs ons eigen gelijk. Alles wat meer van ons hart krijgt dan God Zelf, is uiteindelijk een afgod geworden.

God vraagt niet om een plaatsje naast onze andere prioriteiten. Hij vraagt om de eerste plaats.

 

TROOST BEGINT MET TERUGKEER

Opmerkelijk genoeg eindigt Gods boodschap nooit bij oordeel.

Ja, Israël zou worden verstrooid. Ja, er zou ballingschap komen. Maar Gods laatste woord is altijd hoop.

Mozes schrijft:

"Dan zult u daar de HEERE, uw God, zoeken en u zult Hem vinden, als u Hem met heel uw hart en met heel uw ziel zoekt" (Deut. 4:29).

En:

"Want de HEERE, uw God, is een barmhartig God; Hij zal u niet loslaten..." (Deut. 4:31).

Ook de Haftarah begint met hoop:

"Troost, troost Mijn volk, zal uw God zeggen" (Jes. 40:1).

God is niet op zoek naar perfecte mensen. Hij is op zoek naar mensen die terugkeren. Bekering is geen vernedering, maar thuiskomen bij de God Die al die tijd op ons heeft gewacht.

 

GOD IS NOG NIET KLAAR MET ISRAËL (EN MET JOU EN MIJ)

Wie de Bijbel leest, ontdekt dat Gods beloften geen houdbaarheidsdatum kennen.

Mozes zegt:

"Niet omdat u talrijker bent dan alle andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat ..., maar omdat de HEERE u liefhad en de eed hield die Hij uw vaderen gezworen had" (Deut. 7:7-8).

Gods trouw rust niet op Israëls prestaties, maar op Zijn karakter. Daarom mogen ook wij weten dat God afmaakt wat Hij begonnen is.

Wat God belooft, maakt Hij af. Altijd.

 

EEN SPIEGEL VOOR JOU EN MIJ

Parasha Va'etchanan stelt uiteindelijk geen vragen over Mozes of Israël. Zij stelt vragen aan ons.

  • Luister ik nog werkelijk naar God?
  • Durf ik Zijn "nee" te aanvaarden wanneer het anders loopt dan ik had gehoopt?
  • Heeft God werkelijk de eerste plaats in mijn leven?
  • Welke stemmen krijgen vandaag in mijn leven meer aandacht dan Zijn stem?

Misschien is de grootste ontdekking die wij in deze Parasha mogen doen wel deze: God verlangt niet allereerst méér van ons. Hij verlangt óns. Ons hart, onze liefde en ons vertrouwen.

En daarmee is Va'etchanan geen oude geschiedenis geworden, maar een indringende boodschap voor vandaag. Want de God Die toen riep: "Hoor, Israël!", roept ook vandaag nog: "Luister naar Mij!"